Complicaties

Er zijn meerdere complicaties die na een castratie kunnen optreden. Hieronder volgende de meest voorkomende problemen. 

Zwelling

Zwelling van balzak en koker is de meest voorkomende complicatie na castratie. Milde zwelling is normaal. De zwelling is meestal het ergst zo'n 3 tot 4 dagen na de ingreep, waarna deze geleidelijk wegtrekt. Het komt voor dat na een open castratie de zwelling zo erg is dat de wonden dichtgedrukt worden, het wondvocht dat ontstaat kan dan niet weg en gaat zich ophopen. We spreken dan van een 'seroom'. Uw paard kan dan een beetje koorts krijgen of wat minder eten dan gewoonlijk. 

De behandeling bestaat uit het opnieuw openmaken van de snedes. Dit gebeurt met steriele handschoenen. De wonden worden dan wat opgerekt zodat het wondvocht er weer uit kan. Indien nodig moet dit meerdere dagen achter elkaar gebeuren. Ontstekingsremmers zullen de zwelling en de pijn verminderen en zullen ervoor zorgen dat uw paard weer wat meer beweegt. Antibiotica zijn meestal niet nodig. Actief afstappen van het paard en douchen met koud water van de koker en balzak zullen de zwelling ook verder doen afnemen.

LET OP: een zwelling die weken tot maanden na de operatie optreedt of aanwezig blijft, wijst meestal op infectie! En ook bij pussige uitvloeiing moet gedacht worden aan een infectie. 

Bloeding

De zeer grote bloedvaten in de zaadstreng worden eerst gekneusd met een speciale tang (emasculator) en daarna afgebonden om te voorkomen dat ze gaan bloeden na het afsnijden. Desondanks ontstaat er in een klein percentage van de pas gecastreerde paarden een bloeding. 

Licht druppelend bloedverlies na de castratie is normaal en stopt bijna altijd vanzelf. Dit bloedverlies is afkomstig van de huid of het  onderhuidse weefsel. Maar als uw paard na de ingreep lang door blijft bloeden en je kunt de druppels niet tellen, dan moet de dierenarts ingrijpen. Indien mogelijk wordt een hechting of klem op het bloedende vat gezet.

Als dit niet mogelijk is kan het scrotum volledig opgevuld worden met kompressen om tegendruk te geven. Deze mogen pas na 24 of 36 uur verwijderd worden, wanneer een mooi bloedstolsel gevormd is.

Bij erge of langdurige bloeding moet het paard naar een kliniek vervoerd worden voor verdere behandeling (nadat het scrotum opgevuld).

Infectie

Bij elke open castratie zullen de wonden gecontamineerd en eventueel zelfs geïnfecteerd raken. Zolang er voldoende drainage is hoeft dit geen probleem op te leveren. Wanneer de drainage echter onvoldoende is, kan de stomp van de zaadstreng geïnfecteerd raken. We spreken dan van een 'funiculitis.'
De klinische symptomen van een funiculitis kunnen sterk variëren en soms pas maanden tot jaren na de castratie tot uiting komen. De meest voorkomende uiting van funiculitis is een periode van koorts na de castratie en een zwelling ter hoogte van het scrotum of in de liesregio, vaak samen met etterige uitvloei.

Bij andere paarden wordt er enkel een chronische uitvloei ter hoogte van een of beide castratiewonden vastgesteld. Soms zijn de symptomen minder duidelijk en beperken ze zich tot licht kreupel lopen, vermageren of minder eetlust.

In extreme gevallen kan een funiculitis leiden tot buikvliesontsteking of een ingekapseld abces in de buikholte. Zijn de symptomen duidelijk, dan is de diagnose snel gesteld. In andere gevallen is een volledig klinisch onderzoek, eventueel aangevuld met rectaal onderzoek, echografie en bloedonderzoek nodig.

Na het stellen van de diagnose zal eerst geprobeerd worden met antibiotica de infectie onder controle te krijgen. Meestal lukt dat echter niet en moet de aangetaste zaadstreng onder algehele anesthesie verwijderd worden. 

Liesbreuk

Bepaalde rassen en bepaalde individuele paarden hebben meer risico op het ontstaan van een liesbreuk na een castratie.

Uw paardenarts zal hierop anticiperen door naar de grootte van de uitwendige liesopening te voelen voor de castratie en door een hechting te zetten op een specifieke plek (tunica vaginalis). Hierdoor vermindert het risico dat de darmen via het lieskanaal naar buiten komen. Gebeurt dit dan toch, dan is zo snel mogelijk en adequaat optreden essentieel voor een goede afloop.

Een liesbreuk na castratie gebeurt gewoonlijk binnen de eerste uren na de castratie. Meestal zijn het dunne darmen die naar buiten komen. De darmdelen raken in de liesopening zeer snel afgesnoerd, wat tot erge kolieksymptomen zal leiden.

Als het gebeurt, neem dan direct contact op met uw paardenarts. In de tussentijd moeten de uithangende darmdelen zo snel mogelijk in een schone doek, laken of desnoods schone vuilniszak opgevangen worden en ondersteund om te voorkomen dat er nog meer darmen naar buiten komen of dat ze op de grond zouden vallen. Deze situatie is ernstig levensbedreigend voor het paard: snel en goed handelen is dus belangrijk.

Echter, soms is het minder levensbedreigend, maar kan het wel tot paniek leiden omdat er onderhuids weefsel of zogenaamd 'omentum' uit de wond hangt. Het onderhuidse weefsel is lichtroze en kan eenvoudig met een schaar afgeknipt worden.

Omentum is een lang, geel vlies dat zich normaal gesproken in de buikholte bevindt. Omentumprolaps zal in tegenstelling tot darmprolaps zelden aanleiding geven voor heftige kolieksymptomen. wel dient de dierenarts rectaal onderzoek te doen om te controleren of er toch geen darmdelen mee-gemigreerd zijn. Wanneer het alleen omentum is, dan kan de dierenarts de sliert zo hoog mogelijk afknippen, waarna het probleem meestal opgelost is.
 

Neem contact op