Grote bloedworm

Oftewel Strongylus Vulgaris

Paarden kunnen besmet worden met deze worm doordat ze tijdens het grazen larfjes van de worm opnemen. De larfjes gaan in zowel de dunne als dikke darm in het slijmvlies van de darmwand zitten, en vervellen daar. Ze migreren daarna via de wand van bloedvaten naar de grote slagader die de darmen van bloed voorziet. Hier vervellen ze opnieuw en kunnen ze enkele maanden aanwezig zijn. Vervolgens migreren ze terug naar de darm en gaan daar als volwassen worm eieren produceren. Meestal zit er 5-7 maanden tussen het moment van besmetting en het aanwezig zijn van eitjes in de mest. Dit komt omdat de larve zich langdurig nestelt in de bloedvatwand, voordat hij als volwassen worm in de darm eitjes gaat produceren. 

De mest met eitjes komt op het weiland terecht en na 2-3 weken ontwikkelen opnieuw larfjes die een volgend paard kunnen besmetten. In de koudere maanden gaat dit langzamer en in de winter staat deze ontwikkeling stil. De larfjes kunnen direct tijdens het grazen worden opgenomen door uw paard, maar wanneer dat niet gebeurt overleven ze gemakkelijk enkele maanden op het weiland. In de koudere maanden zelfs langer. 

Verschijnselen bij grote bloedworm

Verschijnselen zien we vooral bij de wat oudere veulens. Omdat de rondtrekkende larfjes in de bloedvatwand voor veel schade zorgen, zijn de verschijnselen bij een forse besmetting zeer heftig. Door verstoring van de bloedvoorziening naar de darmen ontstaat heftige koliek of plotselinge sterfte. Wanneer ze een forse besmetting overleven, kunnen er blijvende klachten ontstaan als terugkerende koliek of achterblijven in groei. 

Diagnose stellen

Het stellen van de diagnose is lastig omdat de meeste schade ontstaat door de larfjes en we pas maanden later eitjes tegenkomen in het mestonderzoek. Bij ernstige verschijnselen kan de diagnose op basis van het klinisch beeld gesteld worden. 

Behandeling van grote bloedworm bij uw paard

Behandelen kan door middel van ontwormen. Zowel ivermectine, als moxidectine en fenbendazol zijn allen goed werkzaam tegen zowel de larfjes als de volwassen worm. Ook pyrantel is redelijk goed werkzaam. Er is weinig resistentie bekend. 

Belangrijk bij het ontwormen is dat het gewicht correct ingeschat wordt, dat kan bijvoorbeeld met een gewichtsmeetlint. Meer dan de helft van de volwassen warmbloed-paarden weegt meer dan 600 kg en sommige tubes gaan maar tot 600 kg! Zorg er ook voor dat uw paard niets knoeit van de wormkuur, geef hem altijd in een lege mond. Door knoeien kan uw paard te weinig binnen krijgen en dit veroorzaakt resistentie onder de aanwezige wormen. Geef uw paard liever iets te veel dan iets te weinig: behalve bij moxidectine (Equest, Equest pramox) en bij veulens. Doseer veulens altijd strikt op gewicht en zorg dat ze alles binnen krijgen en niets uitspugen.

Preventie

Uw veulen ontwikkelt vrij snel immuniteit tegen de Strongylus Vulgaris. Daarnaast adviseren wij bij veulens en jonge paarden toch regelmatig preventief te ontwormen. Lees hier meer over onder het kopje ‘ontwormen van veulens en jonge paarden’. Op deze manier zien we weinig problemen van deze worm. Daarnaast blijft het altijd verstandig om besmetting zo veel mogelijk te voorkomen. Weid regelmatig om en zorg dat uw paarden en veulens ‘schoon’ op de nieuwe weide gaan. Verwijder minimaal één keer per week alle mest van de weide, liever twee maal per week. Daarnaast geeft een kalere weide een grotere kans om wormlarfjes op te nemen, uw paard zal immers dichter bij de mesthopen gaan grazen. Zorg ervoor dat het aantal paarden is afgestemd op de grootte van uw weiland. Hoe meer paarden per vierkante meter, hoe hoger de besmettingsgraad van uw weiland.

Laat bij aankoop van een nieuw paard, altijd eerst de mest controleren op wormen. Zo nodig kan dan ontwormd worden en kunt u het paard ‘schoon’ op uw weide zetten. Daarmee voorkomt u besmetting van uw andere paarden. Heeft u advies nodig of wilt u een van onze erkende paardenartsen telefonisch spreken? Bel dan met 040-7200819.

Neem contact op